Wat is het rustig in huis… - Renée O
I’ve got a feelin’ I forgot something…
“Oké, ik ben nu bij de slager, maar kom zo thuis. Dan kunnen we naar het strand.”
Ik klap mijn mobieltje dicht en plaats mijn bestelling.
Het is een warme zomerdag, we zijn vrij en ik vind het voorstel van mijn lief om een dagje strand te doen een prima idee.
Thuisgekomen pak ik snel zwemspullen en handdoeken in, en we gaan op pad richting Monster, ons favoriete strand. Na een paar uurtjes (zonne)baden, pakken we de boel weer in, en aanvaarden de terugweg. Thuisgekomen koken we de maaltijd van die avond, eten, lezen vervolgens de krant en kijken verder wat TV.
“Ga zo even wat papier naar de papierbak brengen en laat dan meteen Pukkie uit,” kondigt mijn man aan.
Pukkie is ons lieve Franse bastaardkeesje, en het is een uur of elf, tijd dus voor haar laatste plas- en poepronde van de dag. Normaliter springt het hondje onmiddellijk op zodra het haar naam hoort. Zo niet deze keer.
“Pukkie!” roepen we in koor
Geen reactie.
“Huh?” zeggen we in koor.
Opeens krijg ik het verschrikkelijk warm. Ik voel mijn wangen vuurrood worden, mijn hart begint te bonzen. Er begint wat te dagen.
“Ik heb Pukkie bij de slager laten staan,” zeg ik met beverige stem. Het huilen staat me nader dan het lachen.
Geen van ons beiden hebben haar gemist. Al die uren lang niet! We schamen ons echt helemaal dood! We gaan onmiddellijk poolshoogte nemen bij de slager. Daar staat ze echter niet meer aan de paal, en de winkel is uiteraard dicht. Niemand heeft natuurlijk geweten bij wie dat hondje hoorde, ik neem haar hoogstzelden mee als ik boodschappen moet doen (vermoedelijk dé reden dat ik haar glad vergeten was).
De volgende ochtend, na een onrustige nacht, race ik weer naar de slager om te vragen of ze iets weten, of ze iets hebben gezien.
“Jazeker, we hebben de dierenambulance laten komen, om…”
“Godzijdank!” onderbreek ik de winkeljuffrouw, hevig opgelucht als ik ben.
“…het naar het asiel te brengen,” vervolgt ze. “We hadden geen idee van wie het was, maar het heeft hier uren gestaan, dus we dachten…”
Na haar uitbundig en uit de grond van mijn hart te hebben bedankt, ren ik naar huis. Man en ik springen vervolgens onmiddellijk in de auto om onze Pukkie op te halen uit het asiel.
Blozend van schaamte, geëmotioneerd - zeg maar rustig, half huilend - vertel ik de jonge vrouw bij de receptie wie we zijn en wat we komen doen.
“Ach, mevrouw, rustig nou maar, dit is nog niks! Ik heb de kinderwagen met mijn kind erin weleens bij een winkel laten staan!”
“Wááááát?” roep ik ongelovig uit. “Dat heb ik in ieder geval (nog) nooit gepresteerd. Dank je, ik voel me alweer een stuk beter.”
Ons hondje kwispelt als een bezetene als ze ons ziet. Blaffend van blijdschap springt ze op en neer in de kennel die haar is toegewezen. Als ik haar optil, lebbert ze mijn gezicht af. Wat een beloning voor zo’n blunder! Het laatste wat ik verdien.
Hoe dan ook, we zijn alle drie dolgelukkig. Eind goed, al goed We hebben ons hondje weer terug, levend en wel, en er zijn mensen die nog veel grotere stommiteiten uithalen, zoals…
Zo blijkt maar weer eens, alles is relatief, maar u begrijpt dat ik met een sufferd als David Cameron, die totaal was vergeten dat hij zijn kind mee naar de kroeg had genomen (hoort ze natuurlijk ook niet thuis op haar leeftijd) wel een beetje clementie heb. Een heel klein beetje…
Copyright 2012,



Recent comments